Verslag bezoek verzetsmuseum

 

Klik om te vergroten


Wie? Frank Mulder

Wat? Verzetsmuseum; tentoonstelling "Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog"

Waar? Amsterdam

Wanneer? 15 september 2001


 

Aan de situatie tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt vaak veel aandacht geschonken; het verhaal van de terugkeer en opvang na de oorlog daarentegen wordt vaak onderbelicht. Toch is een interessante vraag: hoe zijn de verschillende groepen terugkerenden in de Nederlandse samenleving heropgenomen en hoe hebben ze dat ervaren? Hierover ging de tentoonstelling Terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog, gemaakt door het Verzetsmuseum in samenwerking met de SOTO (Stichting Onderzoek Opvang en Terugkeer).

 

Klik om te vergroten

Eerst even iets over het gebouw waarin het Verzetsmuseum sinds 1999 gevestigd is (zie afbeelding). Dit gebouw is genoemd naar de naam van het gebouw dat plaats moest maken voor het nieuwe gebouw, Plancius. Petrus Plancius (1550-1622) was een Amsterdamse dominee en geograaf; een geleerde adviseur op het gebied van ontdekkingsreizen en de walvisvaart. Het gebouw werd in 1876 gebouwd als sociëteit van de joodse zangvereniging Oefening Baart Kunst. In 1913 werd het verkocht aan de Amsterdamse Rijtuig Maatschappij, wat het begin inluidde van een periode waarin het gebouw aftakelde. Het werd omgebouwd tot een voor die tijd uiterst moderne taxicentrale, en aan de achterkant verrees een grote bedrijfshal. In 1970 verliet de ARM het pand, en in de jaren negentig werd het weer een culturele plek. In 1998 verhuisde het Verzetsmuseum van de synagoge aan de Lekstraat naar het gebouw Plancius. Het vernieuwde museum ging op 1 mei 1999 open voor publiek.

De gevel van Plancius, met de davidsster, herinnert aan de tijd toen Amsterdam nog in hoge mate een joodse stad was. Het gebouw lag vlakbij de oude joodse buurt, die vanaf 1916 werd gesloopt, al voor de komst van de nazi's.

 

In de expositie kwamen alle verschillende groepen terugkerenden aan de orde:

 

 

Vooral deze laatste groep, Jehovah's Getuigen, was interessant voor mij omdat ik er een van ben. Sommige mensen vragen zich af of Jehovah's Getuigen wel in het Verzetsmuseum thuishoren. Ze hebben inderdaad verzet geboden, en wel op de volgende punten:

 

 

De expositie begon met foto's en filmbeelden die een indruk gaven van de chaotische toestand in Nederland. Bij aankomst in Nederland moesten de gerepatrieerden ontsmet worden. Het was voor hen erg vernederend zich volledig te moeten ontkleden alvorens ontsmet te worden door middel van het giftige middel DDT.

 

Vervolgens kon je, net als de terugkerenden destijds, de verschillende loketten waar men langs ging om heropgenomen te kunnen worden, bezoeken. Je mocht zelf stempels zetten op een nagemaakte "Aanmeldingskaart voor gerepatrieerden".

 

Klik om te vergroten

Allereerst moest men langs het loket van de volksgezondheid, voor een medische keuring. Hierbij werd men onder andere getest op tbc, ondervoeding en geïnfecteerde wonden. De politie ging bij het volgende loket na of er bezwaar was tegen de toelating van buitenlanders. Vervolgens moest iedereen zich aanmelden bij het bevolkingsregister, met eventuele vermelding van huwelijk en kinderen. Daarna werd men bij het Landelijk Herstel onderzocht op politieke betrouwbaarheid. Iedereen werd als potentiële SS'er of NSB'er beschouwd. Alle mannelijke gerepatrieerden moesten zich verplicht bij het arbeidsbureau melden om snel te gaan werken voor de wederopbouw van Nederland. Vanwege de hongersnood en grote schaarste kon men alleen met bonnen voedsel krijgen. Deze bonnen kon men ophalen bij het distributiekantoor. Bij het steunorgaan kon met tenslotte nog financiële steun krijgen.

 

Klik om te vergroten

Aan de overkant van de loketten waren panelen te zien waarop van elke groep gerepatrieerden een persoon vertelde over voorwerpen die hem herinnerden aan de terugkeer. Verder kon je d.m.v. een soort telefoons horen wat personen te zeggen hadden over de verschillende loketten en over de terugkeer in het algemeen (afbeelding). Ik herinner me een vrouw die over het bezoek aan de politie vertelde: "Ze dachten dat we gangsters waren!" Bij de loketten werden ze dus met wantrouwen bejegend. Verder was ook nog te zien hoe de terugkerenden werden opgevangen in eigen kring. Organisaties begonnen collectes en verstrekten kleding en voedsel. Jehovah's Getuigen kregen bijvoorbeeld hulpgoederen van hun geloofsgenoten in de VS.

 

 

 

Opvang in eigen kring

Klik om te vergroten

Klik om te vergroten

 

De tweede vraag was hoe de oorlogsslachtoffers de terugkeer ervoeren. Er waren drie dingen die terugkerenden belemmerden voor heropname in de maatschappij.

 

Afstand

De politieke gevangene W. van Lanschot zei: "Iedereen wilde naar huis, zo snel mogelijk. Maar het was onmogelijk om simpelweg de poort open te zetten: er werd nog gevochten, er was tyfus in het kamp, er waren geen transportmiddelen. Uit Frankrijk, België, Luxemburg en andere landen kwamen al snel repatriëringsmissies. Vanuit Nederland hoorden we niets." De afstand was een belemmering bij de terugkeer. Kennelijk boden buurlanden op dat punt meer hulp, maar Nederlanders werden aan hun lot overgelaten. Hierover zei de joodse concentratiekampgevangene Ab Caransa: "Op 2 juni werden we om negen uur 's morgens met een paar honderd mensen, overlevenden uit Auschwitz, in legertrucks naar het verwoeste Arnhem gebracht. Op het Velperplein werd ons meegedeeld dat we nu maar zelf moesten zien thuis te komen. Wat 'thuis' was en hoe dat te bereiken werd aan onszelf overgelaten. Pas 's avonds lukte het mijn vader en mij een lift te krijgen naar Amsterdam."

 

Procedures

Nog een reden waarom gerepatrieerden zich niet welkom voelden was dat ze allerlei procedures moesten doorlopen, waarbij ze niet gastvrij werden behandeld. Integendeel, er was juist een groot wantrouwen van de kant van de overheid. Hier was natuurlijk wel een reden voor, namelijk dat nazi's probeerden Nederland binnen te komen om aan de gevangenis te ontsnappen. Door het strenge beleid hadden ze grotere kans dat die werden tegengehouden, maar het was voor de terugkerenden natuurlijk geen aangenaam welkom. Terwijl je juist verwacht blij te worden ontvangen als je verzet hebt geboden aan de vijand. Ene Carla van Lier maakte ook het beleid van de naoorlogse ambtenarij mee. Zij kreeg een sociale uitkering van 80 gulden in plaats van 65 gulden, als ze kon verklaren dat de mensen die haar opvingen geen familie van haar waren. 'Gek, kost je dan bij familie minder', vroeg Carla zich af. Bijna schopte zij de ambtenaar met haar laatste krachten de trap af toen deze voor de zoveelste keer vroeg: 'Ben je nu echt geen familie van deze mensen?' 'Nee, dat waren ze nooit en dat waren ze ook niet even gauw geworden!'

Klik om te vergroten

Frederik Disco, burger uit Nederlands-Indië, vertelde over de opvang: "In een contractpension kregen we voor het hele gezin één kamer. Er stonden een tweepersoons bed, een paar veldbedden en een fauteuil. De kamer was onverwarmd terwijl het buiten vroor dat het kraakte. We zaten met onze winterjassen aan op bed."

 

Emoties

De mensen die tijdens de oorlog in Nederland verbleven hadden de hongerwinter meegemaakt en konden zich daarom niet goed de emoties van de terugkerenden voorstellen. Ze dachten als het ware: 'Wij hebben de hongerwinter meegemaakt, wat hebben jullie dan nog te vertellen?' Er werd daarom geen psychische hulp geboden aan de gerepatrieerden. Een Getuige van Jehovah vertelde dat hij hartelijk werd ontvangen in eigen kring. Toch besefte hij achteraf dat hij te weinig over zijn ervaring heeft gepraat. De neiging was het verleden te vergeten en je te richten op de toekomst. Dus men moest zelf jaren later de emoties het hoofd zien te bieden. Vaak waren joden hun familie kwijtgeraakt, wat het praten over de oorlog nog meer bemoeilijkte. Frieda Menco zei daarover: "Bij ons was iedereen dood. Ik herinner me de verbazing als er iemand nog wel was. De mensen die niet-joods waren, die kwamen terug in families. Bij ons was er niets."

 

Om het geheel samen te vatten: men moest langs verschillende loketten om in de samenleving te worden heropgenomen. Bij de terugkeer moest men afstand, procedures en emoties overwinnen. De gerepatrieerden hebben dit als onaangenaam ervaren vanwege de kille houding van de overheid en de bevolking.

 

Ik vond het interessant om iets over de terugkeer en opvang na de Tweede Wereldoorlog te weten te komen, want ik wist niet dat het zoveel moeite kostte om terug te keren. Het was verhelderend dat je zelf de terugkeer kon naspelen d.m.v. de aanmeldingskaart. In combinatie met de gesproken teksten van verschillende personen kreeg je een goed beeld van de situatie na de Tweede Wereldoorlog voor de terugkerenden. Ik vond het ook goed dat alle groepen en instanties die met de terugkeer te maken hadden, aan het licht kwamen. Deze tentoonstelling was een goede aanvulling op wat ik al wist over de Tweede Wereldoorlog.

[Terug naar home]